De bloei
De plant van de eeuwige lente
Het is niet de opvolging van de seizoenen die de cyclus van bloei en rijping van de koffieplant kenmerkt. De Coffea Arabica-plant groeit in de tropische en equatoriale gebieden van Amerika, Afrika en Azië, waar altijd een klimaat heerst van lente of gematigde zomer.
Het is echter de regen die in een tijdspanne van ongeveer twee weken het startsein geeft voor de bloei van de witte en geparfumeerde bloemen. Na acht tot negen weken beginnen de bessen dan te groeien: rood, glanzend en vlezig als kersen. Binnenin zitten een tot drie ovalen zaden, bedekt met twee boven elkaar liggende membranen: de hoornschil en, in rechtstreeks contact met het zaad, het zilvervliesje. Deze kleine zaadjes, met een fijne groef in het midden, de toekomstige groene koffieboon, zijn het enige deel dat gebruikt wordt voor de productie van koffie.
De bij elkaar passende en tegenover elkaar liggende blaadjes zijn ovaal, donkergroen, heel vlezig en hebben een golvende rand waardoor ze lijken op laurierblaadjes. Bij iedere regenbui start een nieuwe bloeicyclus: daarom vertonen de planten op hetzelfde moment zowel pas uitgekomen bloemen, als rijpe en onrijpe vruchten.
